Het belang van de hulpstof: "Elke bespuiting een schot in de roos"

Bron: Groentenieuws Syngenta

Tholen - Wat maakt een hulpstof een goede hulpstof? Een belangrijke vraag, maar ook lastig te beantwoorden, weet ook Wesley Akkermans van Syngenta Crop Protection. Om een antwoord op die vraag te formuleren, moeten we eerst wat meer de diepte in.

Syngenta is producent van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Die moeten veilig en goed toegepast worden. ”In zo’n product zit een actieve stof, maar er zit nog veel meer in”, vertelt Wesley. ”Die formulering, zoals we dat noemen, zorgt ervoor dat zo’n middel bijvoorbeeld oplosbaar is in water, dat het niet kan bevriezen tijdens transport of bewaring, dat het niet gaat gisten of uitzakken, beter op het blad blijft zitten, enzovoort. De stoffen die daarbij helpen, dat zijn de hulpstoffen.”

Diverse soorten hulpstoffen
Er zijn allerlei soorten hulpstoffen die het gebruik van een middel efficiënter en veiliger maken. Een biocide kan bijvoorbeeld zorgen dat er geen bacteriën in gaan groeien. “Er kan ook een antivries in zitten, een antischuimmiddel, oppervlakte-actieve stoffen, opnameverbeteraars, noem maar op. Dat zit dan allemaal ingebouwd in zo’n product,” vertelt Wesley.

“Als fabrikant probeer je altijd een zo optimaal mogelijke formulering te maken. Maar als je een product hebt dat bijvoorbeeld in meerdere gewassen wordt toegepast of het werkt tegen verschillende plagen, dan moet je met je formulering altijd een compromis sluiten. Het moet namelijk in al die gewassen, conform het etiket, veilig toegepast kunnen worden. Dus soms stoppen we daar iets wel of juist niet in.”

Waarom een aparte hulpstof?
Heb je een middel voor een heel specifieke toepassing, zoals een middel tegen Phytophthora in aardappelen, dan is de formulering precies afgestemd op die toepassing. Bij een breder middel ligt dat wat anders. Wesley noemt als voorbeeld Mainspring, een middel dat breed is toegelaten in de sierteelt.

Het middel werkt tegen diverse plagen: rupsen, trips en mineervlieg. “Mineervlieg zit echt in een blad verscholen, dus je wilt het middel zo diep mogelijk in het blad krijgen. Dan zou je bijvoorbeeld een opnameverbeteraar in de formulering kunnen toevoegen.”

Bij rozen wordt het middel ook gebruikt tegen trips. “Daar wil je juist geen opname, want je wilt het juist op het blad laten liggen, en die rozen kunnen vaak gevoelig zijn voor opnameverbeteraars.” Dat is dus de reden waarom een hulpstof niet altijd wordt ingebouwd in een middel, maar apart wordt geadviseerd en ingezet, afhankelijk van de toepassing van het beoogde doel.

Een andere reden kan zijn dat je zoveel actieve stof per kilogram of per liter hebt in een middel, dat het simpelweg niet meer mogelijk is om de hulpstof er nog bij te stoppen. “Je kan niet twee liter in één liter stoppen.” In dat geval geeft Syngenta de teler advies om zelf een hulpstof mee te geven.

Kennis van zaken
Advies geven over inzet van gewasbeschermingsmiddelen is een vak apart. Doe je daar ook nog de hulpstoffen bij, dan praat je over “advies in het kwadraat”, zoals Wesley het noemt. “Je moet rekening houden met het gewas en het middel, en kennis hebben van zowel het middel, de hulpstof als de te bestrijden plaag of ziekte. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je in het voorjaar middel A adviseert met hulpstof A, maar in zomer of najaar middel A met hulpstof B.”

“In Nederland is het relatief eenvoudig om een hulpstof op de markt te brengen. Zo zijn we nu in de situatie beland dat in Nederland zo’n 150 hulpstoffen zijn geregistreerd. Adviseurs zien door de bomen het bos niet meer. Daarbij zijn de eisen voor etikettering van hulpstoffen een stuk lager dan voor actieve stoffen. Fabrikanten kunnen allerlei claims over de werking van een hulpstof op een etiket te zetten, wat het voor de teler niet makkelijker maakt om te doorgronden wat hij nu wel en niet nodig heeft.” 

“Een hulpstof heeft vaak 1 of 2 hoofdfunctionaliteiten. Omdat het vaak meer dan één functie heeft, maakt dat het adviseren ook wat complexer. Wij hebben de afgelopen jaren behoorlijk veel kennis opgebouwd op het gebied van hulpstoffen. In het kader van ons Good Growth Plan willen we naar ‘zero impact’, en hulpstoffen kunnen daarbij helpen. Daarom willen we ook op het gebied van die hulpstoffen zoveel mogelijk kennis delen, zodat de teler het zo optimaal mogelijk inzet.”

Kennis delen
Wesley ziet een grotere rol weggelegd voor hulpstoffen, juist omdat de ‘toolbox’ van de teler steeds kleiner wordt. Als gevolg van wettelijke regels, maar ook eisen van bijvoorbeeld supermarkten, wordt de teler beperkt in de middelen die hij kan toepassen. “Wij zeggen dan ook: elke bespuiting die je doet, moet een schot in de roos zijn. Dus naast het verkopen van de middelen, moeten we onze telers ook zo goed mogelijk inlichten over hoe ze die middelen effectief kunnen inzetten.”

Want, zo weet Wesley, succes zit niet alleen in de fles. “Ook alle randvoorwaarden moeten kloppen.”

Syngenta Wesley Akkermans Syngenta Wesley Akkermans